terug

De steilrandDe Brabantse Wal is een opvallend landschap in het westen van Noord-Brabant, op de grens met Zeeland en Vlaanderen en ligt in de gemeenten Woensdrecht, Bergen op Zoom en Steenbergen. De oostelijke begrenzing van de Brabantse Wal ligt voor een deel ook in de gemeente Roosendaal.

De steilrand
, een abrupte overgang van de hoger gelegen zandgronden naar de lager gelegen zeekleipolders, is het meest opvallend in het landschap van de Brabantse Wal. Deze steilrand slingert van Ossendrecht langs Hoogerheide, Woensdrecht, Bergen op Zoom en Halsteren tot Steenbergen. De steilrand is aangemerkt als aardkundig waardevol gebied en bereikt hoogten van ongeveer 20 meter boven NAP. Deze steilrand of zoom is waarschijnlijk ontstaan door erosie door de rivier de Schelde en door de zee.

De hogere zandgronden zijn vooral bebouwd en met bos en hei bedekt. Het hoogste punt op de Brabantse Wal is de Hoogenberg bij Putte. De lager gelegen kleigronden zijn vooral in gebruik voor de landbouw. Ook liggen er kreekresten zoals het water de Agger dat als restant van een oude Scheldeloop zichtbaar in het landschap achtergebleven.

Aan de voet van de Brabantse Wal ligt bij Bergen op Zoom het Markiezaatsmeer, een door de Deltawerken afgesloten deel van de Oosterschelde. Vanaf de Brabantse Wal zijn er prachtige vergezichten. Grote delen van de Brabantse Wal zijn, naast aardkundig waardevol, ook aangemerkt als beschermd natuur- en cultuurhistorisch gebied. Het gebied is zeer in trek bij wandelaars en fietsers.

Over het ontstaan
van de Brabantse Wal wordt nog steeds discussie gevoerd maar is waarschijnlijk ontstaan door rivierprocessen zo’n 2 tot 1,6 miljoen jaar geleden. Toen vormde het gebied een getijden riviermonding waarin Rijn en Maas uitmondden en waar,onder invloed van eb en vloed, afwisselend zand en klei werd afgezet. Door grootschalige bodembewegingen en afzetting verschoof de loop van Rijn en Maas naar het noordoosten en verscheen de Schelde in het gebied.

De schelde komt uit België en mondde noordelijker in de noordzee uit dan nu het geval is. Tijdens de middeleeuwen was de Oosterschelde de monding van de Schelde. Tienduizenden jaren lang heeft de Schelde steeds wat zand en klei van de Wal geknabbeld en de steile wand, een zogenaamde terrasrand, achtergelaten.

In de loop der eeuwen is deze rand door erosie afgevlakt en is de omgeving wat heuveliger geworden. Later, toen het warmer werd en de zeespiegel steeg, heeft de zee ten westen van de rand dikke lagen klei afgezet. Daardoor is er van het voormalige Scheldedal aan de oppervlakte weinig te zien omdat het is bedolven onder een dik pakket kustafzettingen.