
Putte is een grensplaats en bevind zich in België en Nederland en daarnaast ook in 3 gemeenten. De plaats wordt in 1247 voor het eerst in vermeld. Een zekere Hendrik van Attenhoven kreeg toestemming om het veengebied te ontginnen en er parochies te stichten. De streek maakte deel uit van het hertogdom Brabant dat nauwelijks begaanbaar was en daardoor vrijwel onbewoond. Het was destijds ook nog geen grensgebied. In het midden van de 14e eeuw werd in Putte de voorloper van het huidige kasteel Ravenhof gebouwd met daaromheen een aantal kasteelhoeves.
In de Tachtigjarige Oorlog werd het dorp, net als vele anderen in deze streek, totaal verwoest. Later werd het dorp meer zuidelijk weer opgebouwd. Toen in 1648 de Vrede van Munster werd gesloten, werd de scheiding tussen de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden een feit. In Putte kwam de grens dwars door het dorp te liggen.
Aan het einde van de 18e eeuw werd Putte veroverd door de Franse troepen. In 1815 werd besloten om de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden weer samen te voegen waardoor de grens verviel. In 1830 riep België echter haar onafhankelijkheid uit die door Nederland pas in 1839 werd erkend. Sinds 1843 markeren 388 grenspalen de scheiding tussen de twee koninkrijken.
Behalve de regelmatig terugkerende oorlogssituaties zorgden ook de schrale zandgronden voor behoorlijk wat armoede in deze streek. Er was gebrek aan allerlei alledaagse dingen die wij tegenwoordig heel normaal vinden. De kost werd vooral verdiend in de landbouw. In de 19e eeuw kwam er een belangrijke bron van inkomsten bij in de vorm van het vlechten van matten en in 1929 vestigde zich in Putte de eerste bakelietfabriek.
Het dorp is hedendaags vooral bekend en geliefd vanwege zijn ruime winkelopeningstijden en de prachtige, bosrijke omgeving. Ook de Kalmthoutse heide, slechts enkele kilometers verderop is werkelijk prachtig vertoeven.
Monumentenroute Putte
Recreatiecentrum Hazeduinen